CIRCULAIR BOUWEN : circular design process v2.0 : LAB2FAB

Het tweede van vijf recente "leergeldgebouwen" die we in een looptijd van twee jaar hebben ontworpen/ontwikkeld/gebouwd:  wat nog onmogelijk was in de eerste projecten, blijkt een evidentie geworden in de laatste projecten.  We tonen hiermee tegelijk de evolutie en het veranderende denken. We tonen ook wat er niet gelukt is en waarom; want slechts met zo een onvoorwaardelijke kennisspreiding kunnen er grote stappen gezet worden.

LAB2FAB is een cleantech bedrijfsgebouw dat wordt opgericht door GreenVille, ten behoeve van startende ondernemingen in de cleantechsector ; omdat die startende ondernemingen vaak snel “uitvliegen”, zijn er steeds wisselende gebruikers;  in haar bouwprogramma kon GreenVille dan ook geen zeer specifieker bouwprogramma opgeven dan:  “acht modules van 250m², onderling schakelbaar”; 

Het ontwerp zoekt de nabijheid op van het TIKB-gebouw;  in letterlijke zin gebeurt dat door beide gebouwen op mekaars perceelsgrens te laten aansluiten;  in figuurlijke zin gebeurt dat door het “poolen” en “sharen” van technische installaties, hemelwatergebruik, perslucht, buitenopslagruimte;  dit delen van diensten en installaties is een basis-tool van circulair bouwen.

Net zoals bij TIKB kan het bouwkundig antwoord op een vaag programma, niet anders dan hyperflexibiliteit zijn:  de ontwerpprincipes van Industrieel Flexibel en Demontabel Bouwen (IFD-bouwen) worden er strikt toegepast.

  • een kolomvrije ruimte van 24m op 80m
  • de scheidende wanden tussen de modules zijn in massief hout en niet-dragend, en kunnen bij noodzaak verplaatst, verwijderd, toegevoegd worden;

Net zoals bij TIKB vermijden we „hybride“ materialen, een basis-tool van circulair bouwen:

  • In plaats van een volverkleefde uitvoering van de dakmembramen, kiezen we voor een puntsgewijze mechanische bevestiging, om eveneens het recycleren op het einde van de levensduur niet te hypothekeren.
  • In plaats van de „pasklare“ industriële sandwichplaten, blijven hier de massiefhouten binnenschil, de rotswol-isolatie en de houten gevelafwerking van mekaar gescheiden; op het einde van de levensduur maakt dit het scheiden en dus recycleren van de verschillende materialen mogelijk.

Het toepassen van massief houten wandpanelen  als materiaal voor de scheidingswanden en voor de binnenspouwbladen, vormde hier geen probleem:  de brandnorm bijlage VI van industriegebouwen  is minder streng dan niet-industriële gebouwen.

Het toepassen van verkoolde planken als gevelbekleding bood de mogelijkheid om ook gerecupereerde houten planken te gebruiken; in de praktijk hebben we moeten ervaren dat de markt voor verkoolde planken –sowieso al een zeer enge nichemarkt- niet de grote hoeveelheden gerecupereerd hout tijdig kon aanleveren om ze te laten verkolen. In een volgend "leergeldproject" hebben we daarom het perceel "gevelbekleding" afzonderlijk aanbesteed.
Het toepassen van hoogovencement in plaats van portlandcement voor de betonnen vloerplaten op volle grond is door onvolkomen communicatie (niet omwille van technische redenen) niet toegepast geweest; we hebben eruit geleerd dat een voorafgaande briefing en volgehouden aandacht ook voor het thema circulariteit nodig is.

Het ontwerp werd door OVAM gescreend op optimalisaties voor “veranderingsgericht bouwen” ; de resultaten van deze leerrijke toets werden zo veel als mogelijk geïntegreerd.

Website by Hands Mediarouting

fotograaf: Philippe van Gelooven